Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2251
2018-12-04
Strafrecht
17/04673
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2251 → ECLI:NL:PHR:2018:1353 gevolgd
Inhoudsindicatie
Medeplegen poging opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr). Betrouwbaarheid getuigenbewijs. Uos t.a.v. identificatie verdachte door aangever en diens vriendin d.m.v. enkelvoudige fotoconfrontatie. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/03277.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2026:105 Parket bij de Hoge Raad 27-01-2026
- ECLI:NL:PHR:2023:1195 Parket bij de Hoge Raad 14-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1023 Parket bij de Hoge Raad 14-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2019:1316 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1315 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.472 tekens)
4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/04673
CeH/AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 september 2017, nummer 22/002672-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst enM.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.
Strafkamer
nr. S 17/04673
CeH/AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 september 2017, nummer 22/002672-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst enM.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.