Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2237
2018-12-04
Strafrecht
17/04920
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2237 → ECLI:NL:PHR:2018:1350 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van witwassen. Behandeling klaagschrift in het openbaar? Art. 552a.6 Sv bepaalt dat behandeling klaagschrift door raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat - behoudens toepassing van art. 22.2 en 22.3 Sv - niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van onderzoek en van naar aanleiding daarvan gegeven beschikking. P-v behandeling door raadkamer houdt niet in dat behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22.2 en 22.3 Sv. Beschikking lijdt aan nietigheid. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:PHR:2024:56 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1139 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1154 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1148 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2019:50 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:51 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:49 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:52 Parket bij de Hoge Raad 22-01-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (2.716 tekens)
4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/04920 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 september 2017, nummer 17/001878, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de behandeling van het klaagschrift niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
2.2.
Art. 552a, zesde lid, Sv bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat – behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv – de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking.
Het proces-verbaal van de behandeling door de raadkamer houdt niet in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22, tweede en derde lid, Sv.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, lijdt de bestreden beschikking aan nietigheid.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.
Strafkamer
nr. S 17/04920 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 september 2017, nummer 17/001878, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de behandeling van het klaagschrift niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
2.2.
Art. 552a, zesde lid, Sv bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat – behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv – de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking.
Het proces-verbaal van de behandeling door de raadkamer houdt niet in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22, tweede en derde lid, Sv.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, lijdt de bestreden beschikking aan nietigheid.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.