Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:2225

2018-12-04 Strafrecht 17/00919
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-12-04
Publicatiedatum
2018-12-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
17/00919
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2019/15

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit leidinggevende rol in criminele organisatie die op grootschalige wijze telecomfraude heeft gepleegd. 1. Oordeel Hof dat betrokkene in periode na bewezenverklaarde periode in hoofdzaak wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. 2. Oordeel Hof dat betrokkene geldbedrag afkomstig van bankrekening van A contant heeft ontvangen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/00825 P, 17/00920 en 17/00946.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.435 tekens)
4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/00919 P


Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2017, nummer 23/004587-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:



[betrokkene 2]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.




1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.





2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.