Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:2018
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:2018 → ECLI:NL:PHR:2018:1088
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Zweedse en Liberiaanse nationaliteit) naar Armenië t.z.v. medeplegen diefstal van één miljoen Amerikaanse dollars. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en Minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vanwege ambtsbericht Ministerie van Buitenlandse zaken (problemen met Armeense rechtspraak en waarborging verdedigingsrechten in Armenië)? HR: art. 81.1 RO. CAG: Ambtshalve opmerkingen t.a.v. ten onrechte aanhalen art. 65 Schengen Uitvoeringsovereenkomst door Rb en mogelijkheid HR in overweging te geven om zich in nader advies aan Minister (negatief) uit te laten over aan uitleveringsverzoek te geven gevolg, waarvoor i.c. evenwel onvoldoende grond bestaat.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:499 Gerechtshof Amsterdam 22-02-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2021:1852 Rechtbank Noord-Holland 05-02-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2020:5181 Rechtbank Noord-Holland 17-07-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:955 Parket bij de Hoge Raad 06-09-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.465 tekens)
Strafkamer
nr. S 18/03042 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Schiphol, van 2 juli 2018, nummer RK 18/62, op een verzoek van de Republiek Armenië tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft F.J.E. Hogewind, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2018.