Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1820
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:1820 → ECLI:NL:PHR:2018:1096
Inhoudsindicatie
Belaging, art. 285b.1 Sr. Hof heeft verdachte ex art. 416.2 Sv n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij niet een schriftuur met grieven tegen vonnis Pr heeft ingediend. Aan cassatieschriftuur gehechte appelmemorie bevindt zich niet bij stukken. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Inhoud van aan cassatieschriftuur gehechte stukken - te weten een appelmemorie en een “geheugen verzend rapport” betreffende de verzending van dit schrijven per fax naar het toenmalige faxnummer van de strafgriffie van Rb - biedt grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410 Sv is ingediend. Gelet hierop is ’s Hofs overweging dat verdachte niet een schriftuur met grieven tegen vonnis heeft ingediend, niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2025:506 Parket bij de Hoge Raad 13-05-2025
- ECLI:NL:PHR:2020:78 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.958 tekens)
Strafkamer
nr. S 17/00288
JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 1 mei 2015, nummer 22/003954-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel keert zich tegen 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3 tot en met 9 is het middel terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018.