Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:159
2018-02-06
Strafrecht
16/01789
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:159 → ECLI:NL:PHR:2017:1509
Inhoudsindicatie
Medeplegen van medeplichtigheid aan poging tot gekwalificeerde diefstal (meermalen gepleegd). Middelen klagen dat 1. de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest een getuige te ondervragen terwijl de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaringen van deze getuige berust, 2. Hof getuigenverklaringen tot het bewijs heeft gebezigd in afwijking van uos verdediging over de betrouwbaarheid van die verklaringen, 3. een voor het bewijs gebezigde getuigenverklaring een ontoelaatbare gissing of conclusie inhoudt en 4. de aanvulling b.m. gedeeltelijk onleesbaar is en Hof heeft verzuimd de bijlagen waarnaar het daarin verwijst, aan de aanvulling te hechten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/01648 en 16/02733.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2023:645 Parket bij de Hoge Raad 04-07-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.438 tekens)
6 februari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01789
IV/MM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 maart 2016, nummer 22/001182-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.
Strafkamer
nr. S 16/01789
IV/MM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 maart 2016, nummer 22/001182-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.