Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1587
2018-09-11
Strafrecht
16/05648
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:1587 → ECLI:NL:PHR:2018:591
Inhoudsindicatie
Diefstal laptop uit rugzak in trein op traject Schiphol-Leiden, art. 310 Sr. Bewijsklacht. HR: art. 81.1 RO. CAG: Aangever en verdachte hebben op hetzelfde traject gereisd, de laptop is enkele uren later aangetroffen bij verdachte en Hof heeft geoordeeld dat verdachte omtrent het in het bezit komen van de laptop een onaannemelijke en niet verifieerbare verklaring heeft afgelegd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2020:777 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:20 Parket bij de Hoge Raad 15-01-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:23 Parket bij de Hoge Raad 15-01-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.425 tekens)
11 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/05648
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 november 2016, nummer 22/002770-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.
Strafkamer
nr. S 16/05648
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 november 2016, nummer 22/002770-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.T.H.M. Mühren, advocaat te Purmerend, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.