Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1552
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:1552 → ECLI:NL:PHR:2018:597
Inhoudsindicatie
Aan cassatieschriftuur gehechte stelbrief raadsman en ontvangstbevestiging Hof niet bij stukken, art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Uit p-v tz. in h.b. blijkt dat verdachte en raadsman niet zijn verschenen. Aan cassatieschriftuur zijn een stelbrief in h.b., een faxbevestiging waaruit kan worden afgeleid dat deze brief per fax is verzonden naar het faxnummer van strafgriffie Hof en een ontvangstbevestiging van griffier Hof m.b.t. de brief gehecht. Het moet ervoor worden gehouden dat stelbrief in het ongerede is geraakt, nu uit ontvangstbevestiging blijkt dat Hof op enig moment over stelbrief heeft beschikt. Uit de stukken blijkt niet dat een afschrift van de appeldagvaarding naar de raadsman is verzonden. Uit het voorgaande vloeit voort dat er in cassatie van moet worden uitgegaan dat zich in h.b. wel een raadsman heeft gesteld maar dat het voorschrift van art. 51 (oud) Sv niet is nageleefd. Niet nakoming van dit voorschrift staat in de weg aan geldige behandeling van de zaak ttz. in h.b. buiten tegenwoordigheid verdachte en diens raadsman.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.060 tekens)
Strafkamer
nr. S 17/00199
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 december 2016, nummer 22/002472-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv niet is nageleefd, doordat is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsvrouwe van de verdachte te zenden.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.2 tot en met 2.8 is het middel terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.