Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:150
2018-02-06
Strafrecht
17/02704
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:150 → ECLI:NL:PHR:2018:91
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering naar Noorwegen t.z.v. invoer amfetamine, cocaïne en MDMA. Verzuim verzoekende Staat om lijst met verboden verdovende middelen over te leggen, art. 12.2.c EUV. Genoegzaamheid der stukken? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verzuim hoeft niet te leiden tot ontoelaatbaarheid uitlevering indien op toereikende gronden mag worden aangenomen dat overgelegde strafbepaling de psychotrope stoffen bestrijkt waarop uitleveringsverzoek betrekking heeft, ongeacht of dat in Nederland algemeen bekend is. Samenhang met 17/02532 U (niet gepubliceerd, art. 80a RO).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.485 tekens)
6 februari 2018
Strafkamer
nr. S 17/02704 U
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 18 mei 2017, nummer RK 17/244, op een verzoek van het Koninkrijk Noorwegen tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffierE. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.
Strafkamer
nr. S 17/02704 U
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 18 mei 2017, nummer RK 17/244, op een verzoek van het Koninkrijk Noorwegen tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffierE. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.