Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1362
2018-08-17
Bestuursrecht; Belastingrecht
18/00775
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:1362 → ECLI:NL:CRVB:2018:69
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.808 tekens)
17 augustus 2018
Nr. 18/00775
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 januari 2018, nrs. 14/2472 WWB, 14/2474 WMO, 14/2475 WWB, 14/2547 WMO, 14/2548 WWB en 14/2550 WWB, op de hoger beroepen van belanghebbenden tegen uitspraken van de Rechtbank Rotterdam (nrs. 13/4544, 13/4546, 13/5831 en 13/5212) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis (hierna: het College) ingevolge de Wet werk en bijstand.
1Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben de zaak mondeling doen toelichten door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, en het College door mr. L. van Schie-Kooman, advocaat te Rotterdam.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2018.
Nr. 18/00775
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 januari 2018, nrs. 14/2472 WWB, 14/2474 WMO, 14/2475 WWB, 14/2547 WMO, 14/2548 WWB en 14/2550 WWB, op de hoger beroepen van belanghebbenden tegen uitspraken van de Rechtbank Rotterdam (nrs. 13/4544, 13/4546, 13/5831 en 13/5212) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis (hierna: het College) ingevolge de Wet werk en bijstand.
1Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben de zaak mondeling doen toelichten door mr. S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, en het College door mr. L. van Schie-Kooman, advocaat te Rotterdam.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2018.