Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:1205
2018-07-13
Civiel recht; Insolventierecht
18/01321
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2018:1205 → ECLI:NL:GHDHA:2018:1448 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:1205 → ECLI:NL:PHR:2018:700 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Procesrecht. Verzoek schuldsaneringsregeling afgewezen wegens ontbreken verklaring omtrent mogelijkheid buitengerechtelijke schuldregeling; art. 285 lid 1 Fw. Klacht over schending hoor en wederhoor. HR 9 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5882, NJ 2012/637.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2021:743 Parket bij de Hoge Raad 02-07-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (1.676 tekens)
13 juli 2018
Eerste Kamer
18/01321
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/523545/FT EA 17/665 van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2017;
b. het arrest in de zaak 200.224.197/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.
Eerste Kamer
18/01321
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/523545/FT EA 17/665 van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2017;
b. het arrest in de zaak 200.224.197/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.