Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2018:1168

2018-07-10 Strafrecht 16/06114
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2018-07-10
Publicatiedatum
2018-07-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/06114
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW2018/950 | AB 2019/240 met annotatie van A.E. Schilder, J.G. Brouwer

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 2.2 APV 2008 Amsterdam. Ordeverstoring. Levert het, te midden van publiek dat na sluitingstijd een uitgaansgelegenheid verlaat, ’s nachts roepen van scheldwoorden een verstoring van de openbare orde op a.b.i. art. 2.2.1 APV 2008 Amsterdam? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.487 tekens)
10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/06114
AKA


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 november 2016, nummer 23/000125-16, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.







2Beoordeling van het middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2018.