Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2018:114
2018-01-30
Strafrecht
16/01396
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2018:114 → ECLI:NL:PHR:2017:1492 gevolgd
Inhoudsindicatie
Verweren raadsman niet opgenomen in p-v tz. of arrest. Nu uit de inhoud van het p-v ttz. in h.b. blijkt dat namens verdachte verweren zijn gevoerd, maar deze niet in p-v of arrest dan wel aanvulling b.m. zijn opgenomen, valt in cassatie niet na te gaan welke verweren zijn gevoerd. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.007 tekens)
30 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01396
IV/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 maart 2016, nummer 23/002826-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel bevat de klacht dat is verzuimd de namens de verdachte gevoerde verweren te vermelden in het proces-verbaal van de terechtzitting of in het arrest.
2.2.1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:
"De raadsman voert het woord tot verdediging. De raadsman voert daarbij verweren als weergegeven in het arrest.
De advocaat-generaal voert andermaal in repliek het woord. De raadsman maakt geen gebruik van zijn recht in dupliek het woord te voeren."
2.2.2.
In het bestreden arrest noch in de aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv zijn door of namens de verdachte gevoerde verweren weergegeven.
2.3.
Nu uit de inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt dat namens de verdachte verweren zijn gevoerd, maar deze niet in het proces-verbaal van de terechtzitting of het arrest dan wel de bovengenoemde aanvulling zijn opgenomen, valt in cassatie niet na te gaan welke verweren zijn gevoerd. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt.
2.4.
Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2018.
Strafkamer
nr. S 16/01396
IV/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 maart 2016, nummer 23/002826-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam.
2Beoordeling van het eerste middel
2.1.
Het middel bevat de klacht dat is verzuimd de namens de verdachte gevoerde verweren te vermelden in het proces-verbaal van de terechtzitting of in het arrest.
2.2.1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in:
"De raadsman voert het woord tot verdediging. De raadsman voert daarbij verweren als weergegeven in het arrest.
De advocaat-generaal voert andermaal in repliek het woord. De raadsman maakt geen gebruik van zijn recht in dupliek het woord te voeren."
2.2.2.
In het bestreden arrest noch in de aanvulling op het arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv zijn door of namens de verdachte gevoerde verweren weergegeven.
2.3.
Nu uit de inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt dat namens de verdachte verweren zijn gevoerd, maar deze niet in het proces-verbaal van de terechtzitting of het arrest dan wel de bovengenoemde aanvulling zijn opgenomen, valt in cassatie niet na te gaan welke verweren zijn gevoerd. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt.
2.4.
Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
3Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2018.