Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:702
2017-04-18
Strafrecht
16/03479
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:702 → ECLI:NL:PHR:2017:272 gevolgd
Inhoudsindicatie
Antilliaanse uitleveringszaak. Effectief rechtsmiddel in de V.S. tegen dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM? Hof: de V.S. zijn partij bij het IVBPR, zodat een effectief rechtsmiddel is gegarandeerd. CAG: middel is gericht tegen een overweging ten overvloede. HR: art. 81.1 RO mede gelet op HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:463 Hoge Raad 21-03-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.110 tekens)
18 april 2017
Strafkamer
nr. S 16/03479 UA
DAZ/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 21 juni 2016, nummer HAR 71/2016, op een verzoek van de Verenige Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren op [geboortedatum] 1959.
1De bestreden uitspraak
Het Hof heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de Affidavit in Support of Request for Extradition van J. Lonergan, Assistent United States Attorney for the Southern District of New York, van 2 mei 2016.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat betreft het eerste middel mede gelet op HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.
Strafkamer
nr. S 16/03479 UA
DAZ/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 21 juni 2016, nummer HAR 71/2016, op een verzoek van de Verenige Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon]
, geboren op [geboortedatum] 1959.
1De bestreden uitspraak
Het Hof heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de Affidavit in Support of Request for Extradition van J. Lonergan, Assistent United States Attorney for the Southern District of New York, van 2 mei 2016.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en wat betreft het eerste middel mede gelet op HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.