Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:507

2017-01-10 Strafrecht 16/03362
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-01-10
Publicatiedatum
2017-03-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/03362
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.022 tekens)
10 januari 2017
Strafkamer
nr. S 16/03362
AGE


Hoge Raad der Nederlanden




Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 maart 2016, nummer 22/004344-15, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.J.M. Bommer, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.




3. Beslissing


De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2017.





Inzake: [verdachte] / PG Hof Den Haag
Betreft: cassatie tegen arrest Hof Den Haag van 29 maart 2016 (ressortsparketnr. 22-004344-15) cassatieschriftuur



Het recht is geschonden en/of er zijn vormen verzuimd waarvan niet naleving nietigheid meebrengt.



I. In het bijzonder is artikel 359 lid 5 en 6 Sv geschonden omdat het hof ambtshalve ten onrechte geen redenen heeft gezien voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Het hof had ambtshalve tot inhoudelijke behandeling van de zaak moeten overgaan. Immers was het hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter Den Haag van 21 september 2015. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken, waarbij in de strafmotivering in het bijzonder is overwogen dat verdachte blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 5 augustus 2015 eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat een eerder opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw een vermogensdelict te begaan. En onder deze omstandigheden acht de politierechter vervolgens een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken passend en geboden. Door aldus te redeneren heeft de politierechter echter de onschuldspresumptie geschonden. Immers was blijkens de betreffende justitiële documentatie ten tijde van het vonnis van de politierechter (21 september 2015) nog geen sprake van een onherroepelijke veroordeling/strafoplegging voor een vermogensdelict dat door verdachte zou zijn gepleegd vóór de delictsdatum in de onderhavige zaak te weten 5 februari 2015. En derhalve heeft de politierechter de strafoplegging op een onjuiste grondslag gebaseerd en had het hof ambtshalve hierin aanleiding moeten zien om het vonnis van de politierechter te vernietigen en opnieuw recht te doen. Te meer omdat ook ten tijde van het arrest van het hof (29 maart 2016) blijkens de justitiële documentatie van 14 maart 2016 geen sprake was van een onherroepelijke strafoplegging voor de duur van drie maanden voor vermogensdelicten die verdachte vóór 5 februari 2015 zou hebben begaan. Gelet op een en ander dient het bestreden arrest door de Hoge Raad te worden vernietigd.



REDENEN

waarom rekwirant in cassatie de Hoge Raad verzoekt het arrest van het hof te vernietigen.