Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:441
2017-03-17
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/04187
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:441 → ECLI:NL:GHDHA:2015:2118 (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:441 → ECLI:NL:PHR:2016:1035 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 1 en art. 3 Wet KSB; art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Invoering van kansspelbelasting voor kansspelautomaten per 1 juli 2008. Van een individuele en buitensporige last is sprake wanneer een maatregel zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen.
Citeert (4)
- ECLI:NL:HR:2014:1524 Hoge Raad 27-06-2014
- ECLI:NL:PHR:2016:1035 Parket bij de Hoge Raad 30-09-2016
- ECLI:NL:HR:2010:BK3103 Hoge Raad 10-09-2010
- ECLI:NL:HR:2001:AD5493 Hoge Raad 16-11-2001
Geciteerd door (60)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2233 Gerechtshof Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2234 Gerechtshof Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2231 Gerechtshof Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2232 Gerechtshof Den Haag 18-06-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2024:8487 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12-12-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4774 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10-07-2024
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2944 Gerechtshof Den Haag 18-06-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1454 Gerechtshof Amsterdam 30-04-2024
- ECLI:NL:GHAMS:2024:1457 Gerechtshof Amsterdam 30-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1197 Parket bij de Hoge Raad 22-12-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:2816 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24-04-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1465 Gerechtshof Den Haag 02-08-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1465 Gerechtshof Den Haag 02-08-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:2944 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-06-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1892 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-05-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:1893 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19-05-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:3386 Rechtbank Den Haag 06-04-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15118 Rechtbank Den Haag 29-11-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15118 Rechtbank Den Haag 29-11-2021
- ECLI:NL:HR:2021:1659 Hoge Raad 05-11-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:5107 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-09-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:5108 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-09-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2021:4600 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-09-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:293 Parket bij de Hoge Raad 25-03-2021
- ECLI:NL:RBZWB:2020:3870 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:657 Parket bij de Hoge Raad 30-06-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:2373 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28-05-2020
- ECLI:NL:RBZWB:2020:2372 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 28-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:211 Parket bij de Hoge Raad 05-03-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:186 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:10475 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-12-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2019:6112 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-11-2019
- ECLI:NL:RBNHO:2019:1012 Rechtbank Noord-Holland 30-01-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:163 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18-01-2019
- ECLI:NL:RBZWB:2018:6269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 08-11-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:2864 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-07-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2441 Gerechtshof Amsterdam 14-06-2018
- ECLI:NL:GHAMS:2018:2441 Gerechtshof Amsterdam 14-06-2018
- ECLI:NL:GHARL:2018:5364 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 12-06-2018
- ECLI:NL:HR:2018:850 Hoge Raad 08-06-2018
- ECLI:NL:GHDHA:2018:796 Gerechtshof Den Haag 27-03-2018
- ECLI:NL:GHDHA:2018:797 Gerechtshof Den Haag 27-03-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:848 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22-02-2018
- ECLI:NL:RBNNE:2018:703 Rechtbank Noord-Nederland 15-02-2018
- ECLI:NL:GHARL:2017:9378 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31-10-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4670 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26-10-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:4288 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-10-2017
- ECLI:NL:GHARL:2017:8189 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19-09-2017
- ECLI:NL:RBZWB:2017:5804 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-09-2017
- ECLI:NL:RBZWB:2017:5805 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-09-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3400 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-07-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3406 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-07-2017
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3399 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 27-07-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:2430 Gerechtshof Den Haag 19-07-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:5606 Rechtbank Noord-Holland 07-07-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1967 Gerechtshof Den Haag 28-06-2017
- ECLI:NL:GHDHA:2017:1966 Gerechtshof Den Haag 28-06-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:978 Parket bij de Hoge Raad 31-05-2017
- ECLI:NL:RBNHO:2017:3212 Rechtbank Noord-Holland 24-04-2017
- ECLI:NL:RBGEL:2017:2342 Rechtbank Gelderland 24-04-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (4.277 tekens)
17 maart 2017
Nr. 15/04187
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z], (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 juli 2015, nr. BK-14/00769, betreffende het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan kansspelbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Het eerste geding in cassatie
De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is op het beroep van de Staatssecretaris bij arrest van de Hoge Raad van 27 juni 2014, nr. 12/04123, ECLI:NL:HR:2014:1524, BNB 2014/220, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben de zaak mondeling doen toelichten, belanghebbende door D.G. Barmentlo, advocaat te Amsterdam en B. Jongmans, advocaat te Halfweg, de Staatssecretaris door C.M. Bergman en R.T. Wiegerink, advocaten te Den Haag.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 30 september 2016 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2016:1035).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3Beoordeling het de middel
3.1.
Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat de keuze van de wetgever om kansspelautomaten met ingang van 1 juli 2008 naar dezelfde grondslag in de heffing van kansspelbelasting te betrekken als tafelspelen in een casino, in het geval van belanghebbende niet heeft geleid tot een individuele en buitensporige last.
3.2.
Voormelde keuze van de wetgever kan voor een belastingplichtige alleen dan leiden tot een individuele en buitensporige last indien en voor zover deze last zich in diens geval sterker laat voelen dan in het algemeen (vgl. HR 10 september 2010, nr. 08/04653, ECLI:NL:HR:2010:BK3103, BNB 2011/65). Dat kan zich bij belanghebbende alleen voordoen als bijzondere, niet voor alle exploitanten van kansspelautomaten geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor haar teweegbrengen (vgl. HR 16 november 2001, nr. C00/142, ECLI:NL:HR:2001:AD5493, NJ 2002/469).
3.3.
In de onderdelen 8.6.1 tot en met 8.6.4 van de bestreden uitspraak is niet meer vastgesteld dan dat het netto bedrijfsresultaat van belanghebbende gedurende een reeks van jaren niet negatief is geweest. ’s Hofs oordeel dat om deze reden niet gesproken kan worden van een individuele en buitensporige last geeft ofwel blijk van miskenning van hetgeen hiervoor in onderdeel 3.2 is overwogen, of is – mede gelet op hetgeen is vermeld in onderdeel 6.35 van de conclusie van de Advocaat‑Generaal ontoereikend gemotiveerd.
3.4.
Het middel slaagt derhalve. ’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
4Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 497, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3342 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J.W. van den Berge, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017.
Nr. 15/04187
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z], (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 juli 2015, nr. BK-14/00769, betreffende het door belanghebbende op aangifte voldane bedrag aan kansspelbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
1Het eerste geding in cassatie
De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is op het beroep van de Staatssecretaris bij arrest van de Hoge Raad van 27 juni 2014, nr. 12/04123, ECLI:NL:HR:2014:1524, BNB 2014/220, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben de zaak mondeling doen toelichten, belanghebbende door D.G. Barmentlo, advocaat te Amsterdam en B. Jongmans, advocaat te Halfweg, de Staatssecretaris door C.M. Bergman en R.T. Wiegerink, advocaten te Den Haag.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 30 september 2016 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2016:1035).
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3Beoordeling het de middel
3.1.
Het middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat de keuze van de wetgever om kansspelautomaten met ingang van 1 juli 2008 naar dezelfde grondslag in de heffing van kansspelbelasting te betrekken als tafelspelen in een casino, in het geval van belanghebbende niet heeft geleid tot een individuele en buitensporige last.
3.2.
Voormelde keuze van de wetgever kan voor een belastingplichtige alleen dan leiden tot een individuele en buitensporige last indien en voor zover deze last zich in diens geval sterker laat voelen dan in het algemeen (vgl. HR 10 september 2010, nr. 08/04653, ECLI:NL:HR:2010:BK3103, BNB 2011/65). Dat kan zich bij belanghebbende alleen voordoen als bijzondere, niet voor alle exploitanten van kansspelautomaten geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor haar teweegbrengen (vgl. HR 16 november 2001, nr. C00/142, ECLI:NL:HR:2001:AD5493, NJ 2002/469).
3.3.
In de onderdelen 8.6.1 tot en met 8.6.4 van de bestreden uitspraak is niet meer vastgesteld dan dat het netto bedrijfsresultaat van belanghebbende gedurende een reeks van jaren niet negatief is geweest. ’s Hofs oordeel dat om deze reden niet gesproken kan worden van een individuele en buitensporige last geeft ofwel blijk van miskenning van hetgeen hiervoor in onderdeel 3.2 is overwogen, of is – mede gelet op hetgeen is vermeld in onderdeel 6.35 van de conclusie van de Advocaat‑Generaal ontoereikend gemotiveerd.
3.4.
Het middel slaagt derhalve. ’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
4Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 497, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3342 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J.W. van den Berge, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017.