Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:370

2017-03-07 Strafrecht 16/00456
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-03-07
Publicatiedatum
2017-03-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/00456
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/359

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Voorbereidingshandelingen voor gewapende overval op onbekend gebleven persoon in Rotterdam. 1. Afwijzing van verzoeken tot benoeming van (rechtspsychologische) deskundige teneinde onderzoek te doen naar betrouwbaarheid van verklaringen van verdachte. 2. Uos t.a.v. betrouwbaarheid van bij de politie afgelegde verklaring van verdachte. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met nr. 15/04668 en nr. 15/04704.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.462 tekens)
7 maart 2017
Strafkamer
nr. S 16/00456
CeH


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2015, nummer 22/000852-14, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.





2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2017.