Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:3251

2017-12-22 Civiel recht 17/04515
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-12-22
Publicatiedatum
2017-12-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
17/04515
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 2018/47 | NJB 2018/163 | RvdW 2018/133 | JGz 2018/6 met annotatie van Redactie | GZR-Updates.nl 2017-0451

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bopz. Voorlopige machtiging. Is betrokkene ‘kort tevoren’ onderzocht als bedoeld in art. 5 lid 1 Wet Bopz? HR 23 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9346.

Citeert (1)

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.696 tekens)
22 december 2017
Eerste Kamer
17/04515
TT/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:



[betrokkene],wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,



t e g e n



DE OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET OOST-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.





1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/05/318004/FA RK 17/973 van de rechtbank Gelderland van 22 juni 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.





2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Gelderland.





3Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een voorlopige machtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene. Bij het verzoekschrift was onder meer een geneeskundige verklaring gevoegd van 28 maart 2017.
(ii) De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld op 19 april 2017. De behandeling is toen aangehouden en is voortgezet op 22 juni 2017. Daarbij waren onder meer betrokkene en zijn advocaat aanwezig.
(iii) De advocaat heeft blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 22 juni 2017 aangevoerd dat de geneeskundige verklaring verouderd is en heeft erop gewezen dat verschillende feiten en omstandigheden sinds 29 maart 2017 waren gewijzigd.




3.2
De rechtbank heeft de verzochte machtiging verleend.


3.3.1
Onderdeel 1.2 van het middel klaagt dat de rechtbank in haar beschikking ten onrechte is voorbijgegaan aan het verweer dat de geneeskundige verklaring verouderd is, althans haar beschikking onvoldoende heeft gemotiveerd.



3.3.2
Art. 5 lid 1 Wet Bopz houdt onder meer in dat de betrokkene ‘kort tevoren’ moet zijn onderzocht en dat de geneeskundige verklaring inzicht verschaft in de actuele situatie van de betrokkene. De rechter dient derhalve te oordelen op basis van de feiten en omstandigheden die zich voordoen ten tijde van zijn beslissing (vgl. HR 23 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9346). Nu de rechtbank in haar beschikking geen aandacht heeft besteed aan het hiervoor in 3.1 onder (iii) genoemde verweer en de daar bedoelde feiten en omstandigheden, is onderdeel 1.2 gegrond. Onderdeel 1.1 behoeft geen behandeling.






4Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland van 22 juni 2017;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.



Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 22 december 2017.