Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:3055
2017-12-01
Civiel recht
16/05012
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:3055 → ECLI:NL:GHDHA:2016:1692 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:3055 → ECLI:NL:PHR:2017:1057 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Zorgplicht bank bij afsluiten renteswaps. Moest bank waarschuwen voor specifieke gevaren en zich ervan vergewissen dat de beleggers de risico’s kenden? Invloed omstandigheid dat een van de beleggers een professionele belegger is in zin van de Wft.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (20)
- ECLI:NL:PHR:2021:239 Parket bij de Hoge Raad 12-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:161 Parket bij de Hoge Raad 19-02-2021
- ECLI:NL:PHR:2020:810 Parket bij de Hoge Raad 18-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:612 Parket bij de Hoge Raad 19-06-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:471 Parket bij de Hoge Raad 15-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:358 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:359 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:967 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:826 Parket bij de Hoge Raad 05-07-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:331 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:332 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:332 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:329 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:329 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:330 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:330 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:331 Parket bij de Hoge Raad 08-03-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1054 Parket bij de Hoge Raad 21-09-2018
- ECLI:NL:RBAMS:2018:3410 Rechtbank Amsterdam 16-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:149 Parket bij de Hoge Raad 16-02-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (3.291 tekens)
1 december 2017
Eerste Kamer
16/05012
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. GERANN HOLDING B.V. ,gevestigd te Rijswijk ,
2. HUNZEDAL HOLDING B.V.,gevestigd te Rijswijk,
3. [eiseres 3] ,
in haar hoedanigheid van executeur-testamentair in de nalatenschap van [betrokkene 1] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolger onder algemene titel van de Coöperatieve Rabobank Regio Den Haag U.A.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Gerann c.s. en Rabobank.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/447260/HA ZA 13-816 van de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2013 en 14 mei 2014;
b. de arresten in de zaak 200.168.014/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 juli 2015 en 21 juni 2016.
Het arrest van het hof van 21 juni 2016 is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 21 juni 2016 hebben Gerann c.s. beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Gerann c.s. mede door mr. P.J. Tanja.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Gerann c.s. heeft bij brief van 27 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Gerann c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 1 december 2017.
Eerste Kamer
16/05012
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. GERANN HOLDING B.V. ,gevestigd te Rijswijk ,
2. HUNZEDAL HOLDING B.V.,gevestigd te Rijswijk,
3. [eiseres 3] ,
in haar hoedanigheid van executeur-testamentair in de nalatenschap van [betrokkene 1] ,wonende te [woonplaats] ,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolger onder algemene titel van de Coöperatieve Rabobank Regio Den Haag U.A.,gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Gerann c.s. en Rabobank.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/447260/HA ZA 13-816 van de rechtbank Den Haag van 30 oktober 2013 en 14 mei 2014;
b. de arresten in de zaak 200.168.014/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 juli 2015 en 21 juni 2016.
Het arrest van het hof van 21 juni 2016 is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 21 juni 2016 hebben Gerann c.s. beroep in cassatie ingesteld. Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Gerann c.s. mede door mr. P.J. Tanja.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Gerann c.s. heeft bij brief van 27 oktober 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Gerann c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 1 december 2017.