Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:3040
2017-12-01
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/04462
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:3040 → ECLI:NL:GHARL:2017:6779
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.572 tekens)
1 december 2017
Nr. 17/04462
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 augustus 2017, nr. 16/00625, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 september 2017, die volgens de Track&Trace gegevens van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, (onder meer) verzocht het in afschrift bijgevoegde beroepschrift in cassatie van een handtekening te voorzien en het vervolgens binnen zes weken na dagtekening van deze brief bij hem in te dienen. Belanghebbende is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen.
Nu niet is voldaan aan het vereiste zoals vermeld in artikel 6:5, eerste lid van de Awb, zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.
Nr. 17/04462
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 augustus 2017, nr. 16/00625, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2011 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 september 2017, die volgens de Track&Trace gegevens van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, (onder meer) verzocht het in afschrift bijgevoegde beroepschrift in cassatie van een handtekening te voorzien en het vervolgens binnen zes weken na dagtekening van deze brief bij hem in te dienen. Belanghebbende is evenwel in gebreke gebleven aan dat verzoek te voldoen.
Nu niet is voldaan aan het vereiste zoals vermeld in artikel 6:5, eerste lid van de Awb, zal de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.