Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:3029

2017-11-28 Strafrecht 15/05496
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-11-28
Publicatiedatum
2017-11-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
15/05496
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/1303

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen van oplichting door verkoop namaak Iphones via marktplaats.nl, art. 326 Sr en medeplegen van bedrog met handelsnaam of handelsmerk, art. 337.1 onder a en b Sr. Middel over strafmotivering. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/05495.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.751 tekens)
28 november 2017
Strafkamer
nr. S 15/05496
KD

Hoge Raad der Nederlanden


Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 november 2015, nummer 22/005353-14, in de strafzaak tegen:




[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.





1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.





2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.




3 Beslissing


De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2017.