Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2968
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:2968 → ECLI:NL:PHR:2017:1275 gevolgd
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Rolbeslissing. Betekening van de aanzegging in cassatie ex art. 435 Sv op Bonaire. Aanzegging uitgereikt aan moeder verdachte op adres, waarop verdachte niet stond ingeschreven, terwijl in het dossier nog 2 andere adressen voorkomen. O.g.v. hetgeen in de CAG is vermeld moet worden aangenomen dat de uitreiking van de aanzegging a.b.i. art. 435 Sv niet op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden, zodat de zaak van de rol moet worden gevoerd opdat de P-G bij de HR een nieuwe aanzegging voor de behandeling van het cassatieberoep doet uitgaan. CAG bevat een verhandeling over de betekening van de aanzegging op Bonaire, de positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen het Koninkrijk en de in het Caribische deel van het Koninkrijk gebruikte uitreikingsakten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2020:1001 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.821 tekens)
Strafkamer
nr. S 16/04412 A
SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Tweede Enkelvoudige Kamer
Rolbeslissing
naar aanleiding van het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 17 december 2015, nummer H 80/15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de zaak van de rol zal worden gevoerd opdat de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een nieuwe dagaanzegging voor de behandeling in cassatie doet uitgaan.
2. Beoordeling van de geldigheid van de uitreiking van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering
Op grond van hetgeen in de conclusie van de Advocaat-Generaal is vermeld moet worden aangenomen dat de uitreiking van de aanzegging als bedoeld in het hier toepasselijke art. 435 Sv niet op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden. Dit leidt ertoe dat de onderhavige zaak van de rol moet worden gevoerd opdat de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een nieuwe aanzegging voor de behandeling van het cassatieberoep doet uitgaan.
3Beslissing
De Tweede Enkelvoudige Kamer van de Hoge Raad voert de zaak van de rol.
Deze rolbeslissing is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2017.