Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:2800

2017-10-31 Strafrecht 16/04427
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-10-31
Publicatiedatum
2017-10-31
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/04427
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/1192 | SR-Updates.nl 2017-0445

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag op geldbedrag onder klager. Nadat Rb in de beklagprocedure het klaagschrift strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag aan klager ongegrond had verklaard, heeft Rb in de strafzaak tegen klager de teruggave van het geldbedrag aan klager gelast. De beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking, zodat klager n-o dient te worden verklaard in het cassatieberoep. In beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (8)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.685 tekens)
31 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/04427 B
SB


Hoge Raad der Nederlanden




Beschikking



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 juni 2016, nummer RK 16/768, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:



[klager]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep


3.1.
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 16 juni 2016 waarbij een klaagschrift van de klager voor zover strekkende tot teruggave van een geldbedrag van € 17.100,- ongegrond is verklaard.



3.2.

Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een vonnis van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 19 juli 2017 in de strafzaak tegen de klager. Dit vonnis houdt, voor zover hier van belang, in:
"Teruggave inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: EUR 17.100,00 (zeventienduizend éénhonderd euro)."




3.3.
Deze beslissing omtrent het beslag in de strafzaak betekent dat de klager, die teruggave heeft verzocht van het inbeslaggenomen geldbedrag ten aanzien waarvan inmiddels bij voormeld vonnis is beslist, geen belang meer heeft bij het beroep tegen voormelde beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. De klager dient daarom in het cassatieberoep niet-ontvankelijk te worden verklaard. In de bestreden beschikking is immers naar zijn aard een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter dienaangaande. Door diens beslissing omtrent het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.






4Beslissing


De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2017.