Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2667
2017-10-20
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/03646
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:2667 → ECLI:NL:GHDHA:2017:2173
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:GHAMS:2023:1537 Gerechtshof Amsterdam 16-05-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2021:12355 Rechtbank Noord-Holland 17-12-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:9518 Rechtbank Noord-Holland 21-10-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:9518 Rechtbank Noord-Holland 21-10-2021
- ECLI:NL:RBGEL:2019:5308 Rechtbank Gelderland 26-06-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.498 tekens)
20 oktober 2017
Nr. 17/03646
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 12 juli 2017, nr. BK-16/00582, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ROT 16/3660) betreffende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Rotterdam.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017.
Nr. 17/03646
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 12 juli 2017, nr. BK-16/00582, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ROT 16/3660) betreffende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Rotterdam.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017.