Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2626
2017-10-13
Civiel recht
16/05915
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:2626 → ECLI:NL:GHSHE:2016:4047 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:2626 → ECLI:NL:PHR:2017:917 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Transitievergoeding. Ernstig verwijtbaar handelen van werknemer in de zin van art. 7:673 lid 7 onder c BW?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (21)
- ECLI:NL:RBDHA:2026:22112 Rechtbank Den Haag 20-07-2026
- ECLI:NL:RBROT:2022:11448 Rechtbank Rotterdam 26-07-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:6497 Rechtbank Noord-Holland 06-07-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:4325 Rechtbank Rotterdam 20-05-2022
- ECLI:NL:RBNHO:2022:2818 Rechtbank Noord-Holland 31-03-2022
- ECLI:NL:RBROT:2021:9296 Rechtbank Rotterdam 12-07-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:6748 Rechtbank Noord-Holland 22-04-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:2482 Rechtbank Amsterdam 15-04-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2020:10641 Rechtbank Noord-Holland 10-09-2020
- ECLI:NL:RBROT:2020:9568 Rechtbank Rotterdam 31-08-2020
- ECLI:NL:RBROT:2020:7219 Rechtbank Rotterdam 17-08-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:1271 Parket bij de Hoge Raad 29-11-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:6356 Rechtbank Amsterdam 22-08-2019
- ECLI:NL:RBROT:2019:4858 Rechtbank Rotterdam 18-06-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1129 Gerechtshof Den Haag 17-05-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:870 Gerechtshof Den Haag 16-04-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3222 Gerechtshof Den Haag 20-11-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:1484 Parket bij de Hoge Raad 09-11-2018
- ECLI:NL:GHDHA:2018:1908 Gerechtshof Den Haag 14-08-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:497 Parket bij de Hoge Raad 18-05-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:210 Parket bij de Hoge Raad 09-03-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.357 tekens)
13 oktober 2017
Eerste Kamer
16/05915
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
AVT INDUSTRIAL COMPONENTS B.V.,gevestigd te Eindhoven,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
[verweerder] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AVT en [verweerder].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 4651262\EJ VERZ 15-763 van de kantonrechter te Eindhoven van 9 februari 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.189.982/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 september 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft AVT beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van AVT heeft bij brief van 15 september 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AVT in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 853,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. de Groot, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 oktober 2017.
Eerste Kamer
16/05915
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
AVT INDUSTRIAL COMPONENTS B.V.,gevestigd te Eindhoven,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
[verweerder] ,wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AVT en [verweerder].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 4651262\EJ VERZ 15-763 van de kantonrechter te Eindhoven van 9 februari 2016;
b. de beschikking in de zaak 200.189.982/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 september 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft AVT beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van AVT heeft bij brief van 15 september 2017 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AVT in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 853,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. de Groot, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 oktober 2017.