Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:2594

2017-10-10 Strafrecht 16/05104
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-10-10
Publicatiedatum
2017-10-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/05104
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/1138

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag. Art. 552p.2 Sv. Verlenen van verlof aan RC om inbeslaggenomen documenten ter beschikking te stellen aan OvJ teneinde deze over te dragen aan de Russische autoriteiten. Inwilliging rechtshulpverzoek. HR: art. 81.1 RO. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:1110. Samenhang met 16/05103.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.543 tekens)
10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/05104 B
AKA



Hoge Raad der Nederlanden



Beschikking



op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 28 september 2016, nummer RK 13/742, betreffende het verlenen van verlof als bedoeld in art. 552p, tweede lid, Sv, in de zaak van:



[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft G.G.J. Knoops, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.