Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:2550

2017-10-06 Bestuursrecht; Belastingrecht 17/02537
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-10-06
Publicatiedatum
2017-10-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
17/02537
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NLF 2017/2402 met annotatie van Jelle van den Berg | FED 2018/5 met annotatie van H.E. Starosciak | V-N Vandaag 2017/2279 | V-N 2017/49.9 | BNB 2017/217 | NTFR 2017/2611 met annotatie van Mr. A.A. Fase | FutD 2017-2454 | Viditax (FutD) 2017100603

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Art. 3.16, lid 1, Wet IB 2001. Aftrekbeperking voor kosten van werkruimte in woning geldt ook als die werkruimte wordt gerealiseerd door uitbreiding van een bestaande woning.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.253 tekens)
6 oktober 2017
nr. 17/02537

Arrest


gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 april 2017, nr. BK‑16/00595, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 16/5445) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.





1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.




2Beoordeling van de middelen

2.1.
Aan de middelen 1 en 3 ligt mede ten grondslag de opvatting dat de in artikel 3.16, lid 1, van de Wet IB 2001 voorziene aftrekbeperking voor kosten en lasten die verband houden met een werkruimte niet geldt ingeval met het oog op het verwerven van inkomsten een werkruimte wordt gerealiseerd door uitbreiding van een bestaande woning. Deze opvatting vindt evenwel geen steun in de tekst van artikel 3.16, lid 1, van de Wet IB 2001 noch in de totstandkomingsgeschiedenis daarvan. De middelen falen in zoverre.


2.2.
De middelen voor het overige kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.




Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2017.