Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:2334
2017-09-15
Bestuursrecht; Belastingrecht
17/00306
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2017:2334 → ECLI:NL:GHDHA:2016:4036
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:RBROT:2022:3295 Rechtbank Rotterdam 11-04-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2019:114 Gerechtshof Den Haag 16-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:118 Gerechtshof Den Haag 15-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:117 Gerechtshof Den Haag 15-01-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2019:119 Gerechtshof Den Haag 15-01-2019
- ECLI:NL:HR:2018:2137 Hoge Raad 16-11-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.622 tekens)
15 september 2017
Nr. 17/00306
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 7 december 2016, nrs. BK‑16/00234, BK-16/00235 en BK-16/00236, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nrs. ROT 14/8703, ROT 14/875 en ROT 14/8706) betreffende de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Op dit stuk slaat de Hoge Raad geen acht.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.
Nr. 17/00306
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 7 december 2016, nrs. BK‑16/00234, BK-16/00235 en BK-16/00236, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nrs. ROT 14/8703, ROT 14/875 en ROT 14/8706) betreffende de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Op dit stuk slaat de Hoge Raad geen acht.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.