Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:215

2017-02-10 Civiel recht; Insolventierecht 15/05327
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-02-10
Publicatiedatum
2017-02-09
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
15/05327
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR 2017/723 | JWB 2017/55 | RvdW 2017/222

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Niet tijdig voldoen aan publicatieplicht jaarrekening. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW; aan weerlegging daarvan te stellen eisen. Cassatie, aan borgersbrief te stellen eisen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.870 tekens)
10 februari 2017
Eerste Kamer
15/05327
LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:



[eiser],wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.E. Bruning,



t e g e n



mr. A.R. DE VRIES-OOSTERVELD, handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Exiton B.V.,kantoorhoudende te Leiden,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaten: mr. M.M. Stolp en mr. A.M. van Aerde.



Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/441656/HA ZA 13-460 van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2013 en 8 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.141.363 van het gerechtshof Den Haag van 9 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 december 2016 op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad heeft deze brief terzijde gelegd, nu deze niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie en de omvang van de reactie niet wordt gerechtvaardigd door nieuwe elementen in de conclusie.





3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.




4Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.



Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 februari 2017.