Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2017:1079

2017-06-13 Strafrecht 16/01773
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2017-06-13
Publicatiedatum
2017-06-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
16/01773
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2017/714

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Oplegging TBS met dwangverpleging t.z.v. o.m. poging tot doodslag. 1. Ten onrechte i.h.k.v. de oplegging van TBS t.a.v. de persoon van verdachte een eerdere zaak betrokken waarvoor hij is vrijgesproken? 2. Voldoende gemotiveerd vastgesteld dat er bij verdachte tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond? Weigerende observandus. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.477 tekens)
13 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/01773
DFL


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 februari 2016, nummer 22/000056-14, in de strafzaak tegen:



[verdachte]
, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.




1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. van Beest, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de middelen


De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2017.