Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2017:1032
2017-06-06
Strafrecht
16/05983
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2017:1032 → ECLI:NL:PHR:2017:402 contrair
Inhoudsindicatie
OM-cassatie tegen beschikking Rb op h.b. OvJ tegen beschikking RC tot onmiddellijke invrijheidstelling verdachte, art. 59a, 59c en 446.2 Sv. Middel klaagt dat RC en Rb hebben verzuimd te beslissen over vordering tot verlenen bevel tot bewaring en dat de vordering is afgewezen zonder “rekenschap te geven van de reden die tot die afwijzing heeft geleid”. Op gronden die zijn vermeld in de heden uitgesproken beschikking in de zaak 16/05701 (ECLI:NL:HR:2017:1011) faalt het middel. CAG: anders.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:1011 Hoge Raad 06-06-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.006 tekens)
6 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/05983 B
ES/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 20 oktober 2016, nummer RK 16/3582, op het hoger beroep van de Officier van Justitie tegen een beschikking van de Rechter-Commissaris, in de zaak van:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking wat betreft de daarin vervatte beslissing tot afwijzing van de vordering tot bewaring en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden behandeld en afgedaan, met afwijzing van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de Rechter-Commissaris en de Rechtbank hebben verzuimd te beslissen over de vordering tot het verlenen van een bevel tot bewaring. Voorts klaagt het middel dat de vordering is afgewezen zonder "rekenschap te geven van de reden die tot die afwijzing heeft geleid".
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de heden uitgesproken beschikking in de zaak (16/05701) (ECLI:NL:HR:2017:1011) sub 3 faalt het middel.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2017.
Strafkamer
nr. S 16/05983 B
ES/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 20 oktober 2016, nummer RK 16/3582, op het hoger beroep van de Officier van Justitie tegen een beschikking van de Rechter-Commissaris, in de zaak van:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking wat betreft de daarin vervatte beslissing tot afwijzing van de vordering tot bewaring en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden behandeld en afgedaan, met afwijzing van het beroep voor het overige.
2Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat de Rechter-Commissaris en de Rechtbank hebben verzuimd te beslissen over de vordering tot het verlenen van een bevel tot bewaring. Voorts klaagt het middel dat de vordering is afgewezen zonder "rekenschap te geven van de reden die tot die afwijzing heeft geleid".
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de heden uitgesproken beschikking in de zaak (16/05701) (ECLI:NL:HR:2017:1011) sub 3 faalt het middel.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2017.