Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:866

2016-05-17 Strafrecht 15/02050
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-05-17
Publicatiedatum
2016-05-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
15/02050
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2016/635 | SR-Updates.nl 2016-0233

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Aantekening mondeling arrest, art. 425.3 Sv en art. 3 onder h en j Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197). Het middel klaagt terecht dat ’s Hofs aantekening mondeling arrest noch een beslissing omtrent de strafbaarheid van verdachte noch een vermelding van de bijzondere redenen die de straf heeft bepaald bevat.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.837 tekens)
17 mei 2016
Strafkamer
nr. S 15/02050
ABG/CeH


Hoge Raad der Nederlanden



Arrest



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 14 april 2015, nummer 23/004698-14, in de strafzaak tegen:




[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.





1Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor zover daarbij geen beslissing is genomen omtrent de strafbaarheid van de verdachte alsmede wat betreft de strafoplegging en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.





2Beoordeling van het eerste middel


Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.





3Beoordeling van het tweede middel


3.1.
Het middel klaagt onder meer dat 's Hofs aantekening van het mondelinge arrest ten onrechte noch een beslissing bevat omtrent de strafbaarheid van de verdachte noch een vermelding van de bijzondere redenen die de straf heeft bepaald.


3.2.1.
De aantekening van een mondeling arrest van de enkelvoudige kamer van een hof dient ingevolge art. 425, derde lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling in strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197, hierna: de Regeling).



3.2.2.

Art. 3 van de Regeling houdt onder h en onder j in dat de aantekening de navolgende gegevens dient te bevatten:
"h. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte(n) en het (de) feit(en), eventueel met de gronden daarvoor;
(...)
j. opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid, Sv."





3.3.
Het middel klaagt terecht dat 's Hofs aantekening van het mondelinge arrest niet voldoet aan voormelde eisen.





4Slotsom


Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.





5Beslissing


De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover het Hof heeft verzuimd te beslissen omtrent de strafbaarheid van de verdachte alsmede wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.



Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2016.