Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:772
2016-04-19
Strafrecht
15/00042
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:772 → ECLI:NL:GHDHA:2014:4737 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:772 → ECLI:NL:GHDHA:2014:3823 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:772 → ECLI:NL:PHR:2016:316 gevolgd
Inhoudsindicatie
Onderzoek “Jasmijn”. HR: 81.1 RO. Conclusie AG o.m. over schakelbewijs, (verlengde) invoer en medeplegen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2025:714 Parket bij de Hoge Raad 24-06-2025
- ECLI:NL:PHR:2019:131 Parket bij de Hoge Raad 12-02-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:131 Parket bij de Hoge Raad 12-02-2019
- ECLI:NL:PHR:2017:626 Parket bij de Hoge Raad 30-05-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.524 tekens)
19 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/00042
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 november 2014, nummer 22/001553-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Peru) op [geboortedatum] 1966.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.
Strafkamer
nr. S 15/00042
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 november 2014, nummer 22/001553-08, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] (Peru) op [geboortedatum] 1966.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.