Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:720
2016-04-22
Civiel recht
15/00658
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:720 → ECLI:NL:PHR:2016:52 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Schadeloosstelling. Eliminatiebeginsel (art. 40c Ow). Waardevermindering overblijvende.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.430 tekens)
22 april 2016
Eerste Kamer
15/00658
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
mr. Jan Peter VAN DEN BERG, in zijn hoedanigheid van derde in de zin van art. 20 Ow voor de erven van [betrokkene 1],kantoorhoudende te Den Haag,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
de PROVINCIE ZUID-HOLLAND,zetelende te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als mr. Van den Berg q.q. en de Provincie.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/09/442590/HA ZA 13-523 van de rechtbank Den Haag van 17 juli 2013 en 3 december 2014.
De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank van 3 december 2014 heeft mr. Van den Berg q.q. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor mr. Van den Berg q.q. mede door mr. R.W. Keus.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot verwerping.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Van den Berg q.q. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 april 2016.
Eerste Kamer
15/00658
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
mr. Jan Peter VAN DEN BERG, in zijn hoedanigheid van derde in de zin van art. 20 Ow voor de erven van [betrokkene 1],kantoorhoudende te Den Haag,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
de PROVINCIE ZUID-HOLLAND,zetelende te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.W. Scheltema en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als mr. Van den Berg q.q. en de Provincie.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/09/442590/HA ZA 13-523 van de rechtbank Den Haag van 17 juli 2013 en 3 december 2014.
De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank van 3 december 2014 heeft mr. Van den Berg q.q. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor mr. Van den Berg q.q. mede door mr. R.W. Keus.
De conclusie van de waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven strekt tot verwerping.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Van den Berg q.q. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 22 april 2016.