Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:709
2016-04-22
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03729
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:709 → ECLI:NL:GHSHE:2015:2522
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:GHARL:2022:321 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18-01-2022
- ECLI:NL:GHARL:2021:6289 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-06-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:6291 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-06-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:6004 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-06-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4944 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-05-2021
- ECLI:NL:GHARL:2021:4153 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-04-2021
- ECLI:NL:RBDHA:2016:11680 Rechtbank Den Haag 27-05-2016
- ECLI:NL:RBDHA:2016:11681 Rechtbank Den Haag 27-05-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.567 tekens)
22 april 2016
Nr. 15/03729
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juli 2015, nr. 14/00773, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/2250) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.
Nr. 15/03729
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juli 2015, nr. 14/00773, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/2250) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.