Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:690
2016-04-19
Strafrecht
15/02328
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:690 → ECLI:NL:PHR:2016:277 gevolgd
Inhoudsindicatie
Beklag tegen beslag ex art. 94 en art. 94a. Middelen tegen de aangelegde maatstaf en motivering. HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2025:423 Parket bij de Hoge Raad 08-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2019:1206 Parket bij de Hoge Raad 26-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1159 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1085 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:GHDHA:2017:3399 Gerechtshof Den Haag 06-11-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.617 tekens)
19 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/02328 B
ABO/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 1 april 2015, nummer RK 14/1211, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de klaagster heeft K.G.L. Bovens, advocaat te Tilburg, daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.
Strafkamer
nr. S 15/02328 B
ABO/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 1 april 2015, nummer RK 14/1211, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft P. van de Kerkhof, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de klaagster heeft K.G.L. Bovens, advocaat te Tilburg, daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016.