Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:605
2016-04-08
Civiel recht
15/00612
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:605 → ECLI:NL:GHDHA:2014:3477 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:605 → ECLI:NL:PHR:2016:47 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid advocaat voor niet-tijdige betaling griffierecht. Geen schade
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:CRVB:2019:2015 Centrale Raad van Beroep 20-06-2019
- ECLI:NL:RBROT:2017:4136 Rechtbank Rotterdam 30-05-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.456 tekens)
8 april 2016
Eerste Kamer
15/00612
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
1. [verweerder 1],kantoorhoudende te [plaats],
2. [verweerster 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders gezamenlijk als [verweerder].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 365735 / HA ZA 10-3218 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2011 en 15 februari 2012;
b. de arresten in de zaak 200.106.257/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 november 2013, 1 april 2014 en 4 november 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 25 februari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.652,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 april 2016.
Eerste Kamer
15/00612
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
1. [verweerder 1],kantoorhoudende te [plaats],
2. [verweerster 2],gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders gezamenlijk als [verweerder].
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 365735 / HA ZA 10-3218 van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2011 en 15 februari 2012;
b. de arresten in de zaak 200.106.257/01 van het gerechtshof Den Haag van 5 november 2013, 1 april 2014 en 4 november 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof van heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 25 februari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.652,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 april 2016.