Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:587
2016-04-08
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/02606
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:587 → ECLI:NL:CRVB:2015:1362
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:CRVB:2017:1852 Centrale Raad van Beroep 19-05-2017
- ECLI:NL:CRVB:2017:172 Centrale Raad van Beroep 13-01-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (1.432 tekens)
8 april 2016
Nr. 15/02606
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 april 2015, nr. 13/5606 AOW, op het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 13/657) betreffende een besluit van de SVB ingevolge de Algemene Ouderdomswet.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016.
Nr. 15/02606
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 april 2015, nr. 13/5606 AOW, op het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 13/657) betreffende een besluit van de SVB ingevolge de Algemene Ouderdomswet.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De SVB heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2016.