Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:512
2016-03-29
Strafrecht
15/02838
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:512 → ECLI:NL:PHR:2016:147 gevolgd
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Vervolg op HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1564. Uitleg begrip “afvalstoffen”. HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2019:1123 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1123 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1124 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:1124 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2018:355 Rechtbank Amsterdam 12-01-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.476 tekens)
29 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/02838 E
LNU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, van 19 november 2014, nummer 22/005550-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.G.J. Laan, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016.
Strafkamer
nr. S 15/02838 E
LNU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, Economische Kamer, van 19 november 2014, nummer 22/005550-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.G.J. Laan, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016.