Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:508
2016-03-25
Civiel recht
15/01156
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:508 → ECLI:NL:GHSHE:2014:492 bekrachtiging/bevestiging
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:508 → ECLI:NL:GHSHE:2014:5221 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:508 → ECLI:NL:PHR:2016:1 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Wet bescherming persoonsgegevens. Reikwijdte recht op inzage eigen gegevens bij bank (art. 35 Wbp). Verzoek te onbepaald? Weigeringsgronden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (7)
- ECLI:NL:RBAMS:2021:1020 Rechtbank Amsterdam 11-03-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2021:1019 Rechtbank Amsterdam 11-03-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2019:4418 Rechtbank Amsterdam 20-06-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:4418 Rechtbank Amsterdam 20-06-2019
- ECLI:NL:RBAMS:2019:4404 Rechtbank Amsterdam 20-06-2019
- ECLI:NL:PHR:2018:1273 Parket bij de Hoge Raad 09-11-2018
- ECLI:NL:GHSHE:2018:363 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 01-02-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.595 tekens)
25 maart 2016
Eerste Kamer
15/01156
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],wonende te [woonplaats],
2. [verzoeker 2],wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE RABOBANK WEERTERLAND EN CRANENDONCK U.A.,gevestigd te Weert,
2. COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN-BOERENLEENBANK B.A.,gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Rabobank.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/04/118985 /HA RK 12-147 en C/04/118986/HA RK 12-148 van de rechtbank Limburg van 28 augustus 2013;
b. de beschikkingen in de zaak HV 200.138.190/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 februari 2014 en 11 december 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze de beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 11 december 2014 hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 845,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 maart 2016.
Eerste Kamer
15/01156
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoeker 1],wonende te [woonplaats],
2. [verzoeker 2],wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE RABOBANK WEERTERLAND EN CRANENDONCK U.A.,gevestigd te Weert,
2. COÖPERATIEVE CENTRALE RAIFFEISEN-BOERENLEENBANK B.A.,gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Rabobank.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/04/118985 /HA RK 12-147 en C/04/118986/HA RK 12-148 van de rechtbank Limburg van 28 augustus 2013;
b. de beschikkingen in de zaak HV 200.138.190/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 februari 2014 en 11 december 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze de beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 11 december 2014 hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 845,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 maart 2016.