Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:454
2016-03-18
Civiel recht
15/01064
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:454 → ECLI:NL:GHAMS:2014:5509 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:454 → ECLI:NL:PHR:2015:2429 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure bij Ondernemingskamer inzake vennootschappen waarvan de aandelen tot een nalatenschap behoren. Bevoegdheid vereffenaar nalatenschap q.q. om enquêteverzoek in te dienen: is een van de erven ontvangen procesvolmacht toereikend?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2017:180 Parket bij de Hoge Raad 03-03-2017
- ECLI:NL:PHR:2017:180 Parket bij de Hoge Raad 03-03-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:537 Parket bij de Hoge Raad 24-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:536 Parket bij de Hoge Raad 24-06-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (2.620 tekens)
18 maart 2016
Eerste Kamer
15/01064
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [verzoeker 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3. LAPIDUS HOLDING B.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,
2. [verweerder 2] ,
3. [verweerster 3] ,
4. [verweerder 4] ,
5. [verweerster 5] ,
6. mr. Antonie VAN HEES, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [betrokkene 1] ,kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. W.H. van Hemel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de erven en Van Hees.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad de beschikking in de zaken 200.149.410/01 OK tot en met 200.149.410/04 OK van de Ondernemingskamer van 23 december 2014.
De beschikking van de Ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Ondernemingskamer hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De erven en Van Hees hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 8 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven en Van Hees begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 maart 2016.
Eerste Kamer
15/01064
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [verzoekster 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [verzoeker 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3. LAPIDUS HOLDING B.V.,gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,
2. [verweerder 2] ,
3. [verweerster 3] ,
4. [verweerder 4] ,
5. [verweerster 5] ,
6. mr. Antonie VAN HEES, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [betrokkene 1] ,kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. W.H. van Hemel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en de erven en Van Hees.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad de beschikking in de zaken 200.149.410/01 OK tot en met 200.149.410/04 OK van de Ondernemingskamer van 23 december 2014.
De beschikking van de Ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Ondernemingskamer hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De erven en Van Hees hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 8 januari 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven en Van Hees begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 maart 2016.