Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:429
2016-03-18
Bestuursrecht; Belastingrecht
15/03349
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:429 → ECLI:NL:GHDHA:2015:1492
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (8)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:3183 Rechtbank Overijssel 05-06-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2024:7550 Rechtbank Midden-Nederland 22-11-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2022:5250 Rechtbank Oost-Brabant 02-12-2022
- ECLI:NL:RBOBR:2022:5250 Rechtbank Oost-Brabant 02-12-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2338 Gerechtshof Den Haag 06-10-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:3010 Rechtbank Noord-Nederland 08-07-2021
- ECLI:NL:RBROT:2020:7907 Rechtbank Rotterdam 10-09-2020
- ECLI:NL:RBROT:2020:7907 Rechtbank Rotterdam 10-09-2020
Volledige tekst
Volledige tekst (1.533 tekens)
18 maart 2016
Nr. 15/03349
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 juni 2015, nr. BK‑14/00597, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 13/7403) betreffende een beschikking op een verzoek om toekenning van een dwangsom.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenwaard heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016
Nr. 15/03349
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 juni 2015, nr. BK‑14/00597, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (nr. ROT 13/7403) betreffende een beschikking op een verzoek om toekenning van een dwangsom.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenwaard heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016