Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:306
2016-02-23
Strafrecht
14/05809
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:306 → ECLI:NL:GHAMS:2014:4652 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:306 → ECLI:NL:PHR:2015:2697 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO. Conclusie AG over de strafmotivering, LOVS-oriëntatiepunten en de door het Hof toegepaste versie van de oriëntatiepunten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (9)
- ECLI:NL:PHR:2022:268 Parket bij de Hoge Raad 22-03-2022
- ECLI:NL:PHR:2021:1228 Parket bij de Hoge Raad 24-12-2021
- ECLI:NL:PHR:2018:1067 Parket bij de Hoge Raad 02-10-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:66 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
- ECLI:NL:PHR:2016:1441 Parket bij de Hoge Raad 15-11-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:889 Parket bij de Hoge Raad 14-06-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:575 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:570 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:568 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (1.449 tekens)
23 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/05809
IC/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 november 2014, nummer 23/002507-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2016.
Strafkamer
nr. S 14/05809
IC/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 november 2014, nummer 23/002507-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2016.