Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2016:2880

2016-12-16 Civiel recht 16/03107
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2016-12-16
Publicatiedatum
2016-12-15
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
16/03107
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR 2016/3863 | JWB 2016/460 | RvdW 2017/25 | JAR 2017/18 | AR-Updates.nl 2016-1447 | VAAN-AR-Updates.nl 2016-1447

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens slechte bedrijfseconomische situatie. Betwisting daarvan; bewijsaanbod.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.896 tekens)
16 december 2016
Eerste Kamer
16/03107
LZ/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:


1. [eiser 1],wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos en thans mr. K. Aantjes,



t e g e n



1. [verweerster 1],gevestigd te [plaats],

2. [verweerder 2],wonende te [woonplaats],

3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.



Eisers zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1] en [eiser 2] en verweerders als [verweerder] c.s.





1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/428784/HA ZA 12-1197 en C/09/428804/HA ZA 12-1200 van de rechtbank Den Haag van 5 december 2012, 17 april 2013 en 25 juni 2014;
b. de arresten in de zaak 200.156.541/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 november 2014 en 15 maart 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.




2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 15 maart 2016 hebben [eiser 1] en [eiser 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van art. 80a lid 1 RO.
De advocaat van [eiser 1] en [eiser 2] heeft bij brief van 10 november 2016 op dit standpunt gereageerd.





3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 14-21).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.





4Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.



Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 december 2016.