Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2873
2016-12-06
Strafrecht
15/04768
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2873 → ECLI:NL:PHR:2016:1256 gevolgd
Inhoudsindicatie
Medeplegen van poging tot gekwalificeerde diefstal van een navigatiesysteem c.q. radio uit een auto. CAG: Kennelijk is het Hof ervan uitgegaan dat sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering. HR: art. 81.1 RO en verbeterde lezing kwalificatie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2024:1418 Parket bij de Hoge Raad 05-11-2024
- ECLI:NL:PHR:2018:386 Parket bij de Hoge Raad 13-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:386 Parket bij de Hoge Raad 13-03-2018
- ECLI:NL:PHR:2018:106 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (2.073 tekens)
6 december 2016
Strafkamer
nr. S 15/04768
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 september 2015, nummer 21/003611-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.
1De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 5 juni 2015 – de verdachte ter zake van (de Hoge Raad leest:) "poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis.
2Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2016.
Strafkamer
nr. S 15/04768
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 september 2015, nummer 21/003611-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.
1De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 5 juni 2015 – de verdachte ter zake van (de Hoge Raad leest:) "poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis.
2Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
3Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2016.