Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:285
2016-02-19
Civiel recht
15/05080
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:285 → ECLI:NL:GHARL:2015:5537 niet ontvankelijk
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:285 → ECLI:NL:PHR:2015:2686 gevolgd
Inhoudsindicatie
Cassatie; art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (3)
- ECLI:NL:PHR:2016:845 Parket bij de Hoge Raad 12-08-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:847 Parket bij de Hoge Raad 12-08-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:421 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2016
Volledige tekst
Volledige tekst (2.354 tekens)
19 februari 2016
Eerste Kamer
15/05080
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoekster 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKERS tot cassatie,
t e g e n
LIANDER INFRA OOST N.V.,gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Liander.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 431918 CV EXPL 13-1647 van de kantonrechter te Leeuwarden van 20 augustus 2013 en 7 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.153.376/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
[verzoeker] c.s. hebben bij brief van 23 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het op 21 oktober 2015 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] c.s. in hun beroep niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk in hun beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 februari 2016.
Eerste Kamer
15/05080
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoekster 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKERS tot cassatie,
t e g e n
LIANDER INFRA OOST N.V.,gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s. en Liander.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 431918 CV EXPL 13-1647 van de kantonrechter te Leeuwarden van 20 augustus 2013 en 7 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.153.376/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
[verzoeker] c.s. hebben bij brief van 23 november 2015 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het op 21 oktober 2015 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] c.s. in hun beroep niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk in hun beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 februari 2016.