Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2705
2016-11-25
Civiel recht
15/03791
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2705 → ECLI:NL:GHAMS:2015:1515 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2705 → ECLI:NL:PHR:2016:929 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vrijheid van meningsuiting. Uitzending aflevering van tv-programma ‘Kassa’ onrechtmatig?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (10)
- ECLI:NL:PHR:2025:912 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:911 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:912 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:912 Parket bij de Hoge Raad 29-08-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2023:311 Rechtbank Overijssel 31-01-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3558 Rechtbank Midden-Nederland 06-09-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2021:5235 Rechtbank Midden-Nederland 01-10-2021
- ECLI:NL:RBAMS:2020:3557 Rechtbank Amsterdam 22-07-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2020:304 Rechtbank Midden-Nederland 29-01-2020
- ECLI:NL:PHR:2017:19 Parket bij de Hoge Raad 13-01-2017
Volledige tekst
Volledige tekst (2.684 tekens)
25 november 2016
Eerste Kamer
15/03791
EV/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PRETIUM B.V., voorheen Pretium Telecom B.V.,gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
OMROEPVERENIGING BNN-VARA, voorheen Omroepvereniging VARA,gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Pretium en Vara.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/538301/HA ZA 13-316 van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2013 en 20 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.144.473/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 april 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Pretium beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Vara heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarbij zij heeft gevorderd dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Vara mede door mr. S.W. van Kasbergen. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Pretium in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vara begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pretium deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 november 2016.
Eerste Kamer
15/03791
EV/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PRETIUM B.V., voorheen Pretium Telecom B.V.,gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa,
t e g e n
OMROEPVERENIGING BNN-VARA, voorheen Omroepvereniging VARA,gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Pretium en Vara.
1Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/538301/HA ZA 13-316 van de rechtbank Amsterdam van 12 juni 2013 en 20 november 2013;
b. het arrest in de zaak 200.144.473/01 van het gerechtshof Amsterdam van 21 april 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Pretium beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Vara heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarbij zij heeft gevorderd dat de toe te wijzen proceskostenvergoeding wordt vermeerderd met de wettelijke rente daarover, te rekenen vanaf veertien dagen na de datum van het arrest van de Hoge Raad.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Vara mede door mr. S.W. van Kasbergen. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Pretium in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vara begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pretium deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, G. de Groot en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 november 2016.