Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:248
2016-02-16
Strafrecht
15/00951
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:248 → ECLI:NL:GHAMS:2014:5788 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:248 → ECLI:NL:PHR:2016:45 gevolgd
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO. Poging doodslag op baby door schudden. Shaken baby syndroom. Conclusie AG o.m. voorwaardelijk opzet.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (5)
- ECLI:NL:PHR:2024:773 Parket bij de Hoge Raad 27-08-2024
- ECLI:NL:PHR:2020:626 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:77 Parket bij de Hoge Raad 04-02-2020
- ECLI:NL:PHR:2019:861 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2019
- ECLI:NL:PHR:2019:861 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2019
Volledige tekst
Volledige tekst (1.420 tekens)
16 februari 2016
Strafkamer
nr. S 15/00951
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 december 2014, nummer 23/000780-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2016.
Strafkamer
nr. S 15/00951
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 18 december 2014, nummer 23/000780-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2016.