Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2448
2016-10-28
Civiel recht
15/02681
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2448 → ECLI:NL:GHARL:2015:1701 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2016:2448 → ECLI:NL:PHR:2016:1038 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Maakt bloot-eigenaar misbruik van economische machtspositie? Art. 24 Mededingingswet.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1531 Gerechtshof Den Haag 17-08-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.305 tekens)
28 oktober 2016
Eerste Kamer
15/02681
EV/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.F. Thunnissen, thans mr. M.E. Bruning,
t e g e n
de stichting STICHTING HET RENTAMBT VAN OVER-BETUWE,gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Rentambt.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/248207 / HA ZA 13-535 van de rechtbank Gelderland van 25 september 2013 en 29 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.149.107 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen het Rentambt is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 september 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Rentambt begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 oktober 2016.
Eerste Kamer
15/02681
EV/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.F. Thunnissen, thans mr. M.E. Bruning,
t e g e n
de stichting STICHTING HET RENTAMBT VAN OVER-BETUWE,gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en het Rentambt.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/248207 / HA ZA 13-535 van de rechtbank Gelderland van 25 september 2013 en 29 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.149.107 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen het Rentambt is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 16 september 2016 op die conclusie gereageerd.
3Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Rentambt begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 28 oktober 2016.