Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2016:2436
2016-10-28
Bestuursrecht; Belastingrecht
16/01805
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2016:2436 → ECLI:NL:GHAMS:2016:673
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2014:3441 Hoge Raad 05-12-2014
- ECLI:NL:HR:2015:3465 Hoge Raad 18-12-2015
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2634 Gerechtshof Den Haag 24-11-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3713 Gerechtshof Den Haag 28-06-2019
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3502 Gerechtshof Den Haag 27-11-2018
- ECLI:NL:RBDHA:2018:16511 Rechtbank Den Haag 21-05-2018
Volledige tekst
Volledige tekst (1.733 tekens)
28 oktober 2016
Nr. 16/01805
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2016, nr. 15/00157, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/2399) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 5 december 2014, nr. 13/04778, ECLI:NL:HR:2014:3441, BNB 2015/41, r.o. 2.3.3, en HR 18 december 2015, nr. 14/04118, ECLI:NL:HR:2015:3465, BNB 2016/67, r.o. 2.3.2).
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2016.
Nr. 16/01805
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2016, nr. 15/00157, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/2399) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 5 december 2014, nr. 13/04778, ECLI:NL:HR:2014:3441, BNB 2015/41, r.o. 2.3.3, en HR 18 december 2015, nr. 14/04118, ECLI:NL:HR:2015:3465, BNB 2016/67, r.o. 2.3.2).
3Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2016.